Putten



Putten is de laatste stap bij het spelen van een Hole, en kan het verschil maken tussen een perfecte ronde of een slechte ronde golf. Om de golfbal in zo min mogelijk aantal slagen in de Hole te krijgen, hangt vaak af van je putting technieken. Het putten is een moeilijke techniek die veel oefening vergt voordat je het goed kan beheersen. Naast de techniek van het putten moet je ook het lezen van de green beheersen. Goed lezen van de green helpt je bepalen hoe hard je moet slaan. Bij het lezen moet je denken aan de helling van de green, de lengte van het gras, de richting van de grassprieten en de windsnelheid en richting.

Onthoud dat de speler die het verst van de hole af ligt, de honneurs krijgt om als eerste te putten. Als iemand voor jou gaat putten, dan markeer je de plaats en pak je je bal op. Als jouw marker in de weg ligt voor iemand die gaat putten, vraag dan of je hem moet verplaatsen. Zo ja, verplaats de marker dan over een afstand van een clubhoofd. Zorg er wel voor dat je hem van de hole af plaatst, en niet er dichter naar toe. Nadat de ander heeft geslagen, plaats je de marker terug naar de oude positie. Vergeten van dit terugleggen betekent 2 strafslagen. Als het jou beurt is om te putten, plaats dan je bal terug door hem iets voor de marker neer te leggen en schuif vervolgens je marker onder de bal vandaan en pak hem op.

1. Helling van de Green




Bekijk de helling, de glooiing en alle oneffenheden van het stuk baan dat de bal moet afleggen tot aan de hole. Neem ook het omliggende terrein mee in gedachte, zodat je een idee krijgt waar de bal een andere richting kan krijgen en hoe de baan de van bal zal gaan lopen.


2. Lengte van het Gras op de Green




Kijk goed naar het gras op de Green. Hoe korter het gras, des te sneller de golfbal er op zal rollen.


3. Conditie van de Green




Bekijk de hardheid van de green. Hoe harder de grond van de green, des te sneller de bal zal rollen. Zeker natte greens kunnen een golfbal heel erg afremmen.


4. Richting van het gras op de Green




De “Grain”, op de green de richting waarin het gras groeit. De grassprietjes staan in het algemeen allemaal eenzelfde kant op. Dit komt door de waterafvoer, de zon, de maairichting en de voorkeurswindrichting. Als je tegen deze grasrichting in putt, zal de bal vertragen. Met de richting van de grassprieten mee putten zal de golfbal sneller doen rollen.

5. Soorten Gras op de Green




Bentgrass Greens zijn veel korter gemaaid dan Bermuda Greens, de Golfbal zal dus sneller zijn op Bentgrass dan op Bermuda. Bentgrass heeft geen Grain, je hoeft dus niet op de richting van de grassprieten te letten. De Bermuda is een ruw en zwaar grassoort met veel grain, en wordt meestal gebruikt in een vochtig klimaat.


6. Wind




De wind heeft effect op je putt. Als de wind recht van voren komt met 10 m/s of harder, dan zal je putt zo’n 30 cm. minder ver naar de hole komen, dus putt dan iets harder.